Hans Lipperhey de belangrijkste uitvinder zonder faam

Op donderdag 25 september 1608, Hans Lipperhey loopt in Middelburg richting de Staten van Zeeland. Onder zijn arm heeft hij een rol met papier, plus een koker waar je doorheen kunt kijken. Zijn doel is duidelijk; toestemming krijgen om zijn kijker van het verre zien te presenteren in Den Haag.

Niet veel later loopt Lipperhey het gebouw weer uit, de toestemming om naar Den Haag te gaan heeft hij op zak. In oktober dat jaar vertrekt hij naar de Staten Generaal van de Verenigde Nederlandse Staten om zijn uitvinding in de komende vijf dagen te laten zien. De verrekijker wordt gepresenteerd aan verschillende hoog geplaatste heren in Den Haag, waaronder prins Maurits.

Het Nederlandse Leger

Op één van de dagen komt de leiding van het leger langs. Wederom staat Lipperhey op het dak van de Staten Generaal, vanaf daar is het namelijk mogelijk om de kerktoren in Delft te zien. Dat is niet alles, het is ook mogelijk om de tijd zelfs af te lezen! De leiding van het leger is enthousiast, want dit zorgt voor ontzettend veel voordelen op het slagveld. Daarom wordt er een order geplaatst van vijf ‘kijkers-van-het-verre-zien’. De kosten zijn 100 gulden per stuk.

Verraad door zijn eigen buurman

Ondertussen is Hans Lipperhey weer vertrokken naar Middelburg, dit om de bestelling van het leger in orde te maken. Ondertussen zorgen de prins Maurits en diens adviseurs voor de afhandeling van het octrooi. Echter zal dit octrooi nooit toegekend worden aan Lipperhey. Zijn idee wordt  gestolen door zijn eigen buurman, die in samenwerking met een brillenmaker uit Alkmaar hun eigen verrekijker ontwikkelen. Zij bieden deze kijker voor het verre zien voor een lagere prijs aan bij het leger.

Hierdoor is het voor het Nederlandse leger en prins Maurits niet meer rendabel om het octrooi toe te kennen aan Lipperhey. Met als gevolg dat hij nooit de volledige erkenning van zijn uitvinding heeft gekregen.